FLORIS JESPERS 1889 – 1965
Floris Jespers – Zigzag wil een beeld geven van een kunstenaar die zich niet liet vastleggen, maar zijn eigen weg zocht tussen invloeden en tijdsgeest. Freddy Campo heeft hem persoonlijk gekend en was een van zijn grootste fans. In 1965 werkten ze samen aan de voorbereidingen van een retrospectieve die er postuum kwam. In 1985 volgde een grote hommagetentoonstelling bij Campo Meir. Nu, 60 jaar na het overlijden van de kunstenaar, wil Guy Campo graag met een bescheiden project deze ‘filou artistique’ onder de aandacht brengen met zijn veelzijdige oeuvre dat getuigt van een blijvende nieuwsgierigheid, zoektocht en experiment.
Jespers werd geboren in 1889 in een Antwerps kunstenaarsgezin en volgde zijn opleiding aan de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten. In de jaren twintig maakte hij samen met zijn broer Oscar deel uit van de avant-garde rond Paul van Ostaijen. Hun samenwerking en vriendschap plaatsen hem in het hart van de modernistische beweging in Antwerpen, waar beeldende kunst, literatuur en muziek elkaar beïnvloedden.
Vaak werd hem verweten dat hij te volatiel alle stijlen beoefende. Het verwijt dat hij ‘geen eigen stijl’ had, bleef Jespers zijn hele leven achtervolgen. Met uitspraken als ‘Da kan ik oek’ maakte hij zich niet altijd even populair. Zelf omschreef hij op latere leeftijd zijn omgang met stromingen als kubisme, expressionisme en surrealisme als het maken van soep. ‘De vrouw doet allerlei legumen in de soep, dan gaat die door de passe en komt het beste eruit, de rest wordt weggegooid. Zo heb ik ook met de -ismes gedaan.’ Hij nam wat bruikbaar was en liet de rest los. Kortom een meester-synthesist in de woorden van Stijn Vanwijnsberghe.
De tentoonstelling volgt Jespers’ kronkelend pad als een wandeling langs de grote stromingen van de twintigste eeuw met als eindpunt zijn kleurrijke Afrikaanse werken uit Congo waar hij zijn hart heeft verloren, zoals hij zelf zegt ‘In Congo, heb ik gevonden wat ik hebben moest. Daar heb ik echt geleefd’.






